Dordrecht 1926 (1 deel)

Dordrecht 1986 (2 delen)

zaterdag 31 juli 2010

#21

Ik heb de presentatie in de opdracht over digitale inventarissen en de rol van de auteur bekeken. En omdat dit verband houdt met mijn/onze werkzaamheden heb ik daar wel een mening over. De presentatie was vrij lang en mijn blogpost is dat ook geworden.
Een archief kan een gedegen naam krijgen doordat het kwalitatief goede mensen aan zich weet te binden. Bij een goede bedrijfsvoering zorgt de instelling er voor dat de werknemers zich kunnen ontwikkelen en een grote bijdrage aan de organisatie kunnen leveren. Omgekeerd ontleend de auteur zijn status aan de naam van het archief waar hij voor werkt. Een inventaris wordt gemaakt onder werktijd dus het archief betaald de kosten. De vraag is of de inventaris dan in de eerste plaats een product is van de naam van de auteur die op de voorpagina staat, of van de organisatie, die er ook op staat en het archief beheerd.
In zekere zin doet de hele situatie mij denken aan de auteursrechtkwestie bij (wetenschappelijke) boeken. Het is echter niet zo dat de auteur van de inventaris zijn inkomsten genereert uit het verkoopaantal. In die zin is een digitale publicatie geen concurrentie en zorgt die wellicht voor meer roem voor de auteur. Het grote verschil is dat een inventaris een zeker verhaal bevat, waar de auteur een bepaalde opzet voor heeft gekozen, maar dat het mijns inziens niet in de eerste plaats is bedoeld als studie die je van kaft tot kaft leest. Het verhaal zit in de inleiding, maar ook in de volgorde en categorisering van de archiefstukken. Een inventaris zie ik vooral als een soort catalogus, waarin beschreven wordt wat een archief in huis heeft. Op basis waarvan de gebruiker zijn bronmateriaal uitzoekt en zijn eigen verhaal maakt. Nu zijn er ook inventarissen met een ellenlange inleiding, die een studie op zich zijn. Het is de vraag of dat de bedoeling is, en of een archief daarin werktijd moet investeren.
Ik heb gewerkt aan verschillende catalogiserings- en digitaliseringsprojecten. Vaak werd er geen naam van de maker vermeld. Soms werden namen in een colofon vermeld. Er worden soms namen onder een bepaalde code vermeld die alleen voor interne medewerkers te zien is.
Het “probleem” is dat een inventaris op een website niet iets statisch is en dat een papieren toegang dat “probleem” minder had. Daar werden in kriebelig handschrift verbeteringen in de marge gezet, werden met plakbandjes aanvullingen in de kaft geplakt, werden uitgetypte blaadjes tussengevoegd en fouten van elkaar overgenomen. Stukken die niet in het verhaal van de auteur pasten bleven soms geheel buiten beschouwing. Daardoor is ook nu al vaak het versiebeleid onduidelijk.
De auteur wil zijn verantwoordelijkheid nemen. De vraag is of die dan moet liggen bij 1 persoon. Vaak is die niet meer bereikbaar. Bij het omzetten naar een digitaal medium moeten keuzes gemaakt worden waardoor de opzet van de auteur aangepast wordt. Een archief/ depot/ aanvraagsysteem/ inventaris/ website met inventarissen blijkt niet iets statisch en ze zullen bijgehouden moeten worden. Dat zou de auteur van een inventaris natuurlijk zelf kunnen doen, maar zo gebeurd dat in de praktijk meestal niet. Het maken en bijhouden van een inventaris wordt zodoende steeds meer teamwork. Door het digitaliseren vallen inconsequenties eerder op. Doordat er meerdere mensen naar kijken en nog eens belichten kan de toegang worden verbeterd. Doordat de toegang vanuit meerdere gezichtspunten wordt bekeken kan men er ook zijn voordeel mee doen. Dat vraagt van de oorspronkelijke auteur vertrouwen in zijn archiefcollega’s. Voor de gebruiker geeft dat alles de garantie dat hij online de meest actuele inventaris heeft.
Het is goed om oude inventarissen te bewaren in een archief zodat gebruikers die daar behoefte aan hebben ze kunnen inzien. Vanuit de gedigitaliseerde toegang zou gelinkt kunnen worden naar de oude inventaris in het archief van oude inventarissen. In de gedigitaliseerde inventaris is er plaats voor de geschiedenis van het archiefbeheer en het is voor het overzicht goed dit bij te houden. Maar het zichtbaar voor de gebruiker bijhouden van elke kleine wijziging, de verbetering van elk foutje, streeft zijn doel voorbij. Er is nog genoeg te doen en dat vraagt om een flexibele opstelling.

Momenteel is er veel te doen over Flipboard, waarmee op basis van Facebook en Twitter een digitaal magazine kan worden samengesteld. In deze compilatie wordt content van verschillende websites overgenomen. Waar de uitgevers achter die websites vanzelfsprekend weer niet blij mee zijn. Wellicht een 24ste ding voor de volgende cursus?
In de opdracht werd gevraagd naar andere bronnen over web 2.0. Voor een radioprogramma waar het nu ging over Flipboard, en vrijwel altijd gaat over andere web 2.0-toepassingen zie www.radio-online.nl.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten